Weetje van de week: de Lijstverbinding

Weetje van de week: de Lijstverbinding

22 juni 2017

Toen in het ochtenddauw van 9 november 2016 op het Europese continent bekend werd dat Donald Trump zonder een meerderheid van stemmen was verkozen tot de 45ste president van de Verenigde Staten, werd daar in Nederland enigszins smalend op gereageerd. Want hoe democratisch is een kiesstelsel waarin een meerderheid van stemmen geen waarborg is voor verkiezingswinst? Welbeschouwd hebben we in ons eigen land echter een soortgelijk hiaat in ons kiesstelsel: de lijstverbinding.

In de Nederlandse politiek zag de lijstverbinding het licht bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1971. Het fenomeen werd een jaar eerder ingevoerd, met de gedachte dat de coöpererende partijen zouden gaan samenwerken en op termijn wellicht zouden fuseren. Dit moet uiteraard in het licht worden gezien van het sterk versplinterde politieke landschap van de jaren zeventig. Zo behaalden maar liefst veertien verschillende politieke partijen de kiesdrempel bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1971 en 1972.

Bij een lijstverbinding koppelen twee (of meer) politieke partijen hun lijsten aan elkaar. Dit kan van invloed zijn op de verdeling van de restzetels bij het vaststellen van een verkiezingsuitslag. Na het sluiten van de stembussen wordt aan de hand van de kiesdeler het aantal zetels over de partijen verdeeld. Bij deze verdeling blijft echter altijd een aantal restzetels over, aangezien de partijen nooit exact een veelvoud van de kiesdeler aan stemmen ontvangen.

Vanwege de verdeling van deze restzetels is het interessant voor partijen om een lijstverbinding aan te gaan omdat zo de kans op een restzetel wordt vergroot. De lijstverbinding wordt veelal aangegaan met een ideologisch verwante partij. Daarmee wordt de kans vergroot dat een restzetel terechtkomt bij een partij van soortgelijke ideologische snit. Een opmerkelijke uitzondering hierop was het plan van de Partij voor de Dieren en 50Plus om bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen een lijstverbinding aan te gaan. Dit plan werd uiteindelijk afgeschoten op het partijcongres van de PvdD.

Een keerzijde van de lijstverbinding is echter dat de partij waarop het meest aantal stemmen zijn uitgebracht, mogelijk niet de meeste zetels krijgt toegewezen. Deze situatie deed zich recentelijk voor bij de Europese Parlementsverkiezingen van 2014. Hierbij ontving D66 weliswaar de meeste stemmen, maar verkreeg het CDA een zetel meer vanwege de lijstverbinding die de christendemocraten waren aangegaan met CU/SGP.

Momenteel ligt er een voorstel voor een wetswijziging van de Kieswet in de Eerste Kamer om de lijstverbindingen in zijn geheel te schrappen. Dit initiatief stamt uit 2014, toen VVD-Kamerlid Joost Taverne een motie indiende met deze strekking. Volgens Taverne is de gedachte achter de lijstverbinding, het bevorderen van onderlinge samenwerking tussen partijen, volledig verdwenen. Partijen zetten de lijstverbinding enkel in voor electoraal gewin, en bovendien zorgt de lijstverbinding ervoor dat uitgebrachte stemmen bij de verdeling van de restzetels bij een andere partij terecht kunnen komen. Volgende week dinsdag volgt de stemming in de Eerste Kamer.