Weetje van de week: het Vluchtelingenverdrag

Weetje van de week: het Vluchtelingenverdrag

14 juni 2017

Maandagavond presenteerde informateur Tjeenk Willink een tussenrapport over de voortgang van zijn informatiewerkzaamheden. De conclusie was duidelijk: een nieuwe formatiepoging tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks zit er niet in. Opvallend was de openheid over de reden van het mislukken van de formatiepoging. GroenLinks kon zich niet vinden in het eindvoorstel van de informateur met betrekking tot migratie. In dat eindvoorstel stond onder andere dat vluchtelingendeals zich binnen de grenzen van het Vluchtelingenverdrag moeten bewegen. Wat houdt dit Vluchtelingenverdrag precies in?

Het VN-vluchtelingenverdrag stamt uit 1951 en werd opgesteld nadat in de Tweede Wereldoorlog was gebleken dat vluchtelingen niet goed beschermd werden. Personen die vallen onder de definitie van het Verdrag hebben recht op asiel in het land waar zij een asielaanvraag doen. Personen die als vluchteling worden aangeduid zijn bijvoorbeeld mensen die uit gegronde vrees voor vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit of politieke overtuiging verblijven buiten het land waar zij vroeger verbleven en niet (meer) kunnen terugkeren. Het Verdrag is door zo’n 150 staten ondertekend, waaronder alle EU lidstaten. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag hebben vele vluchtelingen door een beroep te doen op het VN-vluchtelingenverdrag een veilig heenkomen gevonden.

Kritiek op het Vluchtelingenverdrag is er ook. Zo wordt er gesteld dat het Verdrag onhoudbaar is omdat in het Verdrag het individu centraal gesteld wordt. Dit uitgangspunt brengt met zich mee dat elke individuele vluchteling recht heeft op een proces waardoor volgens critici asielsystemen en rechtbanken overbelast raken. Een ander punt van kritiek is dat het Vluchtelingenverdrag de verdeling van het aantal vluchtelingen en de financiële en organisatorische lasten niet regelt. In de praktijk leidt dit ertoe dat landen die grenzen aan crisisgebieden de zwaarste lasten dragen.

Het opstellen van een nieuw verdrag lijkt echter bijna een onmogelijke opgave. Het is een ingewikkelde taak om in deze tijd, waarin migratie zo’n gevoelig onderwerp is, alle ondertekenaars het eens te laten worden over een nieuwe tekst. Het Vluchtelingenverdrag ligt niet alleen politiek gevoelig maar ook uiteenlopende culturele normen en waarden spelen een rol bij het formuleren van een voor alle partijen acceptabele tekst. Zo worden door het in 1951 uit onderhandelde Verdrag mensen die vervolgd worden wegens “ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging” beschermd maar over mensen die bijvoorbeeld vervolgd worden vanwege hun geaardheid wordt met geen woord gerept.