Weetje van de week: Vijf mei - onze 'nationale snipperdag'

Weetje van de week: Vijf mei - onze 'nationale snipperdag'

10 mei 2017

Naar aanleiding van Dodenherdenking en Bevrijdingsdag bracht het Nationaal Comité 4 en 5 mei onlangs het Nationale Vrijheidsonderzoek uit. Hieruit blijkt dat zeven op de tien Nederlanders vindt dat Bevrijdingsdag een vrije dag voor alle werkende Nederlanders moet zijn. Hoe komt het eigenlijk dat uitgerekend de dag waarop we onze vrijheid vieren, de meeste Nederlanders maar eens in de vijf jaar vrij zijn?

Om tot een antwoord te komen dienen we de geschiedenis in te duiken. In 1946 besloot het kabinet-Schermerhorn om 5 mei te benoemen tot nationale Bevrijdingsdag. Een jaar eerder werd op die datum de capitulatie van Duitsland bekrachtigd. In de eerste jaren na de oorlog was dit geen vrije dag, en was het animo voor een jaarlijkse nationale viering niet erg groot. Veel plaatsen hielden de lokale datum van bevrijding aan als bevrijdingsdag. Deze data liepen uiteen van september tot en met mei.

In 1953 besloot het kabinet-Drees III om de viering van de bevrijding te verschuiven naar Koninginnedag op 30 april. Sinds het aantreden van Koningin Juliana in 1948 vielen er immers twee feestdagen kort na elkaar. Drees was daarnaast van mening dat voor een waardige viering van de bevrijding geen vrije dag noodzakelijk was. Wilde men 5 mei in volle vrijheid vieren, dan kon men altijd nog een snipperdag opnemen, aldus de minister-president. Deze suggestie viel niet overal even goed, waardoor Bevrijdingsdag in de volksmond werd omgedoopt tot ‘nationale snipperdag’.

In 1955 kon tien jaar vrijheid worden gevierd. Daarom besloot minister-president Drees om dat jaar  alsnog de bevrijding op 5 mei te vieren. Deze feestdag werd een groot succes, en daarom koos de regering niet veel later om de bevrijding voortaan iedere vijf jaar groots te vieren. In de jaren tachtig nam de waardering voor Bevrijdingsdag toe, ook onder de generaties die de Tweede Wereldoorlog niet zelf hadden meegemaakt. De Nederlandse regering besloot dan ook om vijf mei als algemene feestdag te erkennen. In 1990 besloot minister-president Lubbers om 5 mei zelfs uit te roepen tot nationale feestdag, waarmee Bevrijdingsdag dezelfde status kreeg als Koninginnedag.

Bij beide besluiten ontstond er een debat waarom de regering niet bereid was om iedere Nederlander een vrije dag te geven. De regeringspartijen waren terughoudend omdat zij het  bedrijfsleven niet dwingend een vrije dag wilden opleggen. Het enige wat de regering nog zou kunnen doen was het invoeren van een verbod op werken op 5 mei, maar daar voelde zij weinig voor. Daarnaast dachten veel parlementsleden dat een nationale feestdag automatisch een vrije dag voor werknemers inhield. Dat is echter nooit het geval geweest. Zo is Koningsdag ook niet door de regering aangewezen als vrije dag voor alle Nederlanders, maar is deze traditie ontstaan op initiatief vanuit de samenleving.

Door dit regeringsstandpunt hebben de sociale partners zeggenschap over de status van Bevrijdingsdag als mogelijk vrije dag. Momenteel is in de meeste cao’s opgenomen dat 5 mei alleen in lustrumjaren een betaalde vrije dag is, geheel in de trend van Drees. Toch staat dit haaks op de mening van de gemiddelde Nederlander, zo blijkt uit het Nationale Vrijheidsonderzoek. Het liefst zou de Nederlander Goede Vrijdag of Tweede Pinksterdag willen uitruilen voor 5 mei als vrije dag. Alles om vijf mei in volle vrijheid te kunnen vieren.