Weetje van de week: De Kiesraad, scheidsrechters van het Nederlandse kiesstelsel

Weetje van de week: De Kiesraad, scheidsrechters van het Nederlandse kiesstelsel

6 februari 2017

Op 15 maart mag de Nederlandse burger het rode potlood weer ter hand nemen. Dat betekent dat verkiezingscampagnes weer op volle toeren gaan draaien. Tegenwoordig komt dit niet alleen neer op het uitdelen van koppen soep en rozen, maar ook op het plaatsen van paginagrote advertenties in kranten en het organiseren van meet-ups in de vaderlandse poptempels.

Een instituut dat een stuk minder op de voorgrond treedt maar toch al honderd jaar een onmisbaar onderdeel is van de Tweede Kamerverkiezingen is de Kiesraad. Deze organisatie, of beter gezegd haar voorganger, werd opgericht in 1917. In dit jaar werd het kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging ingevoerd. Voorheen was er in Nederland sprake van een districtenstelsel, waarbij ieder district een eigen hoofdstembureau kende. Deze bureaus stelden per district vast wat de uitslag was. Pas door de vervanging van het districtenstelsel ontstond de behoefte aan een stembureau op nationaal niveau.

In de loop van de twintigste eeuw werd de rol van dit centraal stembureau meermaals uitgebreid. Het werd bijvoorbeeld ook verantwoordelijk voor de uitslag van de Eerste Kamerverkiezingen en van de Nederlandse verkiezingen voor het Europees Parlement. Ook kreeg de organisatie in 1951 haar huidige naam: de Kiesraad.

De bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Kiesraad zijn vastgelegd in de Kieswet. Kort gezegd is de Kiesraad het centrale stembureau bij verkiezingen en referenda, ziet zij toe op toepassing van de Kieswet en is zij eveneens een adviesorgaan van de overheid op het gebied van het kiesrecht.

Nu de verkiezingen voor de deur staan is de Kiesraad weer in de media te vinden. Begin deze week maakte zij een eerste selectie van politieke partijen bekend. Aanvankelijk hadden maar liefst 81 partijen zich bij de Kiesraad ingeschreven om deel te nemen aan de verkiezingen. Een record in de naoorlogse parlementaire geschiedenis. Een groot deel van de partijen voldeed echter niet aan alle voorwaarden die de Kiesraad stelt om mee te mogen doen aan de verkiezingen. Een politieke partij dient bijvoorbeeld minimaal dertig handtekeningen in elk van de twintig Kieskringen op te halen, waarmee wordt aangetoond dat een partij over voldoende steun beschikt onder de bevolking. De uitzondering hierop is de Kieskring van Caraïbisch Nederland, waar een partij minimaal tien handtekeningen moet ophalen.

Doordat een groot aantal partijen niet aan deze criteria voldoet, is het aantal partijen op het stembiljet voorlopig teruggebracht tot 31. Dit tot opluchting van de Kiesraad en het Ministerie van Binnenlandse Zaken, aangezien er op het gangbare stembiljet slechts 32 partijen passen. Met meer deelnemende partijen zou er een nog groter stembiljet geproduceerd moeten worden, met allerlei ongemakken in het stemhokje als gevolg.

Afgelopen week liet minister Plasterk eveneens weten dat er geen ondersteunende software zal worden gebruikt bij het vaststellen van de verkiezingsuitslag op 15 maart, om zo eventuele indringing door bijvoorbeeld hackers tegen te gaan. Dit betekent dat de uitslag ditmaal volledig met de hand zal worden geteld. De Kiesraad liet hierop weten dat zij haar twijfels heeft over een tijdige vaststelling van de uitslag. Maar beter een late uitslag dan een onjuiste, zeker in het jaar van het honderdjarig jubileum van de Kiesraad.