Weetje van de week: Doofpotaffaires in de Haagse politiek

Weetje van de week: Doofpotaffaires in de Haagse politiek

25 januari 2017

Deze week ligt minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie opnieuw onder vuur vanwege zijn rol bij de politieke afhandeling inzake de deal met Cees H., beter bekend als de ‘Teevendeal’. Van der Steur zou als Kamerlid en minister informatie hebben achtergehouden over de deal. Het is de zoveelste onthulling in een kwestie die al twee bewindspersonen liet struikelen. Volgens diverse media is er sprake van een zogenaamde ‘doofpotaffaire’.

Tegenwoordig wordt de zinsnede ‘in de doofpot stoppen’ figuurlijk gebruikt om aan te geven dat men bepaalde gebeurtenissen liever niet in de openbaarheid brengt en er zoveel mogelijk over zwijgt. Als de gebeurtenissen toch worden ontdekt, wordt er schande  van gesproken. Voor het creëren van een doofpot is een organisatorisch vermogen nodig om de zaken effectief toe te dekken. Sinds de nasleep van de Bijlmerramp is de uitdrukking ‘onder de pet houden’ in zwang bij politici als het gaat om gevoelige informatie die zij liever niet openbaar maken. 

Door de jaren heen zijn er diverse doofpotaffaires de revue gepasseerd in de Haagse politiek. Een van de bekendste voorbeelden was de nasleep rond de Bijlmerramp, die op 4 oktober 1992 plaatsvond. In de media bleven geruchten de ronde doen over de Bijlmerramp en daarom besloot de Tweede Kamer in april 1998 tot de instelling van een werkgroep die alle gebeurtenissen moest inventariseren rond de toedracht en de afwikkeling van de ramp. Op 22 april 1999 presenteerde de commissie-Meijer haar conclusies. De commissie was vernietigend in haar oordeel over de informatievoorziening aan de Tweede Kamer door premier Wim Kok en ministers Annemarie Jorritsma en Els Borst. De Tweede Kamer was meerdere malen verkeerd voorgelicht en de bewindspersonen hadden opzettelijk informatie achtergehouden. Anders dan eerder werd beweerd, was het vliegtuig wel degelijk overbeladen op het moment van de ramp.

Een ander voorbeeld van een doofpotaffaire is de zaak rond de Catshuisbrand in 2004. Uit onderzoek bleek dat de schilder, die omkwam tijdens de brand, een oplosmiddel had gebruikt dat sinds 2000 verboden was. In de nasleep rond de brand werd duidelijk dat een rapport uit 2005, opgesteld door TNO, moedwillig werd achtergehouden in het strafrechtelijk onderzoek. Een van de conclusies uit het strafrechtelijk onderzoek was dat het ministerie van Algemene Zaken op de hoogte was van het gebruik van het verboden oplosmiddel. Volgens RTL Nieuws waren verschillende topambtenaren op de hoogte van het rapport. Tijdens het plenaire debat kwalificeerde premier Balkenende het optreden van de staat als ‘onzorgvuldig, onjuist en onvolledig’.

Volgens de commissie-Oosting die onderzoek deed naar de Teevendeal is er geen sprake van een doofpotaffaire. De ambtelijke top van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de zaak niet expres toegedekt. Er was echter sprake van chaos en ‘een evident gebrek aan inzicht aan regie op het ministerie in deze politiek zeer gevoelige zaak’. Zal dit de redding worden voor minister van der Steur in het plenaire debat aanstaande donderdag?