Weetje van de week: De Tweede Kamer - Een politieke duiventil?

Weetje van de week: De Tweede Kamer - Een politieke duiventil?

13 januari 2017

Na de Tweede Kamerverkiezingen in maart weten we welke Kamerleden de daaropvolgende vier jaar in de blauwe stoeltjes mogen plaatsnemen. Dat is althans de gedachte bij verkiezingen. In de praktijk blijken politici echter een stuk minder standvastig als het gaat om hun positie als Tweede Kamerlid.

Met het vertrek van Diederik Samsom afgelopen december hebben in totaal maar liefst 42 Tweede Kamerleden hun positie als Kamerlid vroegtijdig opgegeven. Naast de tien Kamerleden die plaatsnamen in het kabinet zijn er 32 volksvertegenwoordigers die vanwege uiteenlopende redenen reeds voor de verkiezingen van 2017 hun functie vaarwel hebben gezegd.

De beweegredenen voor het vertrek van deze politici lopen behoorlijk uiteen. Meerdere Kamerleden zijn bijvoorbeeld opgestapt vanwege gezondheidsredenen of benoemingen op andere posities. Zo werd Mariëtte Hamer (PvdA) benoemd tot voorzitter van de Sociaal-Economische Raad en werd Michiel van Veen (VVD) aangesteld als burgemeester. Hierdoor moesten beiden hun Kamerlidmaatschap opzeggen. Andere politici, zoals voormalig fractievoorzitter van GroenLinks Jolande Sap, stopten juist om politieke redenen. Sap verliet de Tweede Kamer vrijwel meteen nadat het partijbestuur van GroenLinks het vertrouwen in haar had opgezegd. Hiermee was Sap, naast Bram van Ojik, Arie Slob en Diederik Samsom, een van de maar liefst vier fractievoorzitters die tussentijds vetrokken.

Anderzijds had een aantal Kamerleden minder conventionele redenen om voortijdig uit de Tweede Kamer te vertrekken. Zo stapte 50Plus-fractievoorzitter Henk Krol aanvankelijk op nadat bekend werd dat hij in het verleden jarenlang geen pensioenpremies had afgedragen. Elf maanden later keerde hij echter terug op dezelfde positie, als vervanger van het zieke 50plus-kamerlid Martine Baay. Het vertrek van VVD’er Matthijs Huizing in december 2013 was eveneens opmerkelijk. In december 2013 stapte Huizing op vanwege ‘moverende redenen’. Een dag later verklaarde Huizing dat hij kort daarvoor was aangehouden vanwege rijden onder invloed. Maar de aftocht van D66-Kamerlid Wassila Hachchi spande toch wel de kroon. Na met stille trom te zijn vertrokken maakte Hachchi pas na enkele dagen duidelijk, aan zowel D66 als de buitenwereld, dat zij haar functie had verruild voor een positie bij de verkiezingscampagne van Hillary Clinton in de Verenigde Staten.

Vanuit historisch perspectief valt de uittocht van Kamerleden tijdens het Kabinet-Rutte II mee, aangezien er in een doorsnee kabinetsperiode van vier jaar gemiddeld zo’n 35 Kamerleden opstappen. Desalniettemin kent dit kabinet de hoogste uitloop van Kamerleden sinds het eerste kabinet-Van Agt (1977-1981). Destijds hielden maar liefst 49 Kamerleden het voortijdig voor gezien.

De vraag is nu of het karakter van de Tweede Kamer als een politieke duiventil zich na de komende verkiezingen zal doorzetten, of dat de toekomstige volksvertegenwoordigers het juist vaker de volle vier jaar zullen volhouden. Mits het komende kabinet eveneens zijn volle tijdsspanne blijft uitzitten uiteraard.