Weetje van de week: Waarom zitten opiniepeilers er vaak naast?

Weetje van de week: Waarom zitten opiniepeilers er vaak naast?

11 november 2016

De stemmen zijn geteld en de uitslag is bekend, Donald Trump is de nieuwe president van de Verenigde Staten van Amerika. Voor velen is dit een verrassende uitslag. Zeker als je de peilingen mocht geloven. De vraag is echter hoe betrouwbaar peilingen daadwerkelijk zijn? De peilingen zaten er niet alleen tijdens de Amerikaanse verkiezingen naast, maar ook de uitslag van het Brexit referendum en het FARC referendum in Colombia werden verkeerd voorspeld. Ook de opiniepeilers in Nederland gaan af en toe flink de mist in. Wat is de reden dat de opiniepeilers er toch stevig naast kunnen zitten?

Peilingen worden vaak gebaseerd op trends uit het verleden. Zo proberen opiniepeilers een beeld te krijgen welke groep kiezers waarschijnlijk naar de stembus gaan. Een deel van deze groep wordt daarna gevraagd naar hun stemvoorkeur. De uitkomst is slechts een indicatie want het is goed mogelijk dat bepaalde trends uit het verleden niet doorzetten in de toekomst.

Ook de peilingen tijdens de verkiezingen in de VS hadden hier last van; waar de strijd tussen Mitt Romney en Barack Obama nog meer dan 127 miljoen mensen naar de stembus trok, waren dat tijdens de verkiezing van Trump en Clinton “slechts” 120 miljoen. Mogelijk heeft dit bijgedragen aan het verlies van Clinton omdat de grootste groep thuisblijvers waarschijnlijk democratische stemmers waren.

Het gebruiken van trends uit het verleden geeft een indicatie van opkomst en kiesgedrag maar biedt geen garanties. Tel hier ook nog een grote groep zwevende kiezers bij op en de peilingen verliezen nog meer zekerheid. Kortom, ‘the only poll that counts, is the one on election day.’